Gevoelens van genderdysforie ontstaan in de vroege jeugd: je bent een meisje maar voelt je jongen of omgekeerd. Opgroeien met genderdysforie betekent een flinke ontwikkelingsuitdaging. Sommige mensen zijn zich er min of meer van bewust dat zij bij de andere sekse (willen) horen en dat dit niet kan of mag. Anderen hebben vooral een onbenoemd gevoel van anders-zijn en er niet bij horen.
De gevolgen voor de ontwikkeling en het zelfbeeld zijn bekend en komen -in verschillende gradaties- bij vrijwel alle transgenders voor:
- Niet begrepen voelen, onzichtbaar willen zijn, slecht contact maken (in ernstige vorm ontwikkelen van angststoornissen of depressies).
- Een slecht contact met het eigen lichaam, éénzijdige cognitieve ontwikkeling (in ernstige vorm zelfverwaarlozing, automutilatie etc.).
- Overcompenseren door juist de kenmerken van het biologische geslacht te accentueren. Dit gaat vrijwel altijd gepaard met een negatief zelfbeeld en wanhoop (in ernstige vorm suïcidaliteit en ontwikkeling van depressies).
Met passende psychosociale hulpverlening kunnen bovengenoemde ontwikkelingen worden voorkomen of teruggedraaid. Transvisie Schorer heeft hiervoor een aanbod ontwikkeld:
- individuele hulpverlening
- hulpverlening in groepen